|
De directe link voor deze uitspraak is:
http://www.rvdj.nl/index.php?katern=44&jaar=2005&nummer=71
| Nummer | 2005/71 |
| Zittingsdatum | 2005-11-04 |
| publicatieDatum | |
| Datum | 2005-12-20 |
| klagers | H.D. Melchers (Google) |
| betrokkenen | de hoofdredacteur van De Telegraaf |
| medium | Telegraaf, De (Google) |
| beslissing | deels gegrond |
| journalistieke werkwijze | bronnen, hoor en wederhoor | | feitenweergave | grievende berichtgeving, tendentieuze berichtgeving | | aard van het medium | dagblad (landelijk) |
| casus |
Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
H.D. Melchers
tegen
de hoofdredacteur van De Telegraaf
Bij brief van 30 september 2005 met achttien bijlagen heeft mr. H.F.
Doeleman, advocaat te Amsterdam, namens H.D. Melchers (hierna: klager),
een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna:
verweerder). Hierop heeft mr. K. Gilhuis, advocaat te Amsterdam, namens
verweerder geantwoord in een brief van 27 oktober 2005 met twintig
bijlagen. Mr. Doeleman heeft daarop nog gerepliceerd in een brief van
31 oktober 2005 met zes bijlagen. Ten slotte heeft mr. Gilhuis op die
repliek gereageerd in een schrijven van 1 november 2005 met twee
bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 2005.
Namens klager was mr. Doeleman daar aanwezig. Aan de zijde van
verweerder zijn mr. Gilhuis en A. Reekers, adjunct-hoofdredacteur,
verschenen. Mr. Doeleman en mr. Gilhuis hebben de standpunten van
partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.
DE FEITEN
Op 12 september 2005 is Claudia Melchers, de dochter van klager,
ontvoerd. Zij is op 15 september 2005 door haar ontvoerders
vrijgelaten. Diezelfde dag heeft een persconferentie plaatsgevonden,
waarin de politie heeft bekendgemaakt dat de ontvoerders 300 kilo
coca�ne als losgeld hebben ge�ist. Aan deze zaak is door de media veel
aandacht besteed. Zo is op 15 september 2005 op www.telegraaf.nl een
artikel geplaatst onder de kop "�Drugshandel mogelijk achtergrond ontvoering��. De door klager overgelegde uitdraai van dit artikel bevat de volgende passage:
�De
ontvoering van Claudia Melchers moet gezien de eis van 300 kilo coca�ne
voor haar vrijlating bijna wel zeker te maken hebben met enige
betrokkenheid van de familie bij drugshandel. "Zo'n eis is niet logisch
als het misdrijf niets met drugs te maken heeft", zegt een van hen.
"Zo'n partij moet je voorstellen als driehonderd pakken suiker. Dat is
niet praktisch om mee te nemen." Men wijst er op dat de politie nooit
aan zo'n partij kan komen en ook een gewone burger niet. Het is dus
geen re�le eis. Ook zal de politie hier nooit aan meewerken. Zulke
partijen moeten criminelen bestellen in Zuid-Amerika. En daar zit wat
de politiemensen betreft ook de essentie van het verhaal."
Voorts wordt in het artikel het volgende vermeld:
�Een
andere politiebron benadrukt dat bijna alle ontvoeringen in het
criminele milieu plaatsvinden. "Het is zeker niet ongewoon dat er
iemand wordt ontvoerd om een partij drugs terug te krijgen als die
bijvoorbeeld niet is betaald. Vaak gaat dat buiten het publiek en de
politie om. Als dit scenario voor deze zaak zou gelden, is de politie
nu wel bij de ontvoering betrokken geraakt. Dat kan de zaak hebben
verstoord. Uit de beschrijving van de ontvoerders blijkt dat twee van
hen vermoedelijk van Zuid-Amerikaanse afkomst zijn. Ze spraken Engels.
Ook dit zijn aanwijzingen voor het geschetste scenario."�
Verweerder heeft eveneens een uitdraai overgelegd van dit artikel. De
tekst van deze uitdraai komt nagenoeg overeen met de door klager
overgelegde versie. De kop van de door verweerder overgelegde versie
luidt ��Drugshandel waarschijnlijk achtergrond ontvoering��. Bovendien zijn na de eerste zin �De
ontvoering van Claudia Melchers moet gezien de eis van 300 kilo coca�ne
voor haar vrijlating bijna wel zeker te maken hebben met enige
betrokkenheid van de familie bij drugshandel.� de volgende twee zinnen toegevoegd:
�Dat
stellen bronnen binnen de politie die zich met de bestrijding van
grootschalige drugshandel bezighouden. Ze zijn overigens niet direct
betrokken bij het onderzoek naar de ontvoering van Melchers.�
Vervolgens is op 16 september 2005 een tweetal artikelen op de website van verweerder geplaatst. In het artikel onder de kop "Ruim 70 tips over ontvoeringszaak Melchers"
wordt aandacht besteed aan de voortgang en ontwikkelingen van het
onderzoek naar de ontvoerders. In dat artikel is onder meer de volgende
passage opgenomen:
"Bronnen binnen de politie, die niet met dit
onderzoek zijn belast, vermoeden dat de omgeving of de familie van
Claudia Melchers betrokken is bij drugshandel. De kidnappers eisten 300
kilo coca�ne. "We zullen breed en alles onderzoeken", aldus het OM. De
politie liet vrijdagmiddag weten dat politie en justitie de suggesties
in de media van de hand wijzen. "Het onderzoek richt zich op het vinden
van de daders en daarbij is tot nu toe geen enkele aanwijzingen
gevonden dat de familie betrokken is bij drugshandel, noch dat de
familieleden van het slachtoffer enig contact hebben gehad met de
ontvoerders." De familie Melchers liet weten geen geld of goederen aan
de gijzelnemers te hebben overhandigd."
Het artikel met de kop "Familie Melchers geschokt door berichten", bevat onder meer de volgende passage:
"De
familie van Claudia Melchers is "geschokt door de vele onjuiste en
kwetsende speculaties over een mogelijke betrokkenheid van de familie
met drugshandel." Dat stelde de familie vrijdagmiddag in een
persverklaring. Ze verwijst nog naar een bericht waarin de politie
eerder op de dag meldde dat tot nu toe geen enkele aanwijzing is
gevonden dat de familie betrokken is bij drugshandel.
Diverse deskundigen binnen de politie stelden donderdag dat de
ontvoering van Claudia Melchers gezien de eis van 300 kilo coca�ne voor
haar vrijlating bijna zeker te maken moet hebben met enige
betrokkenheid van de familie bij drugshandel. Claudia Melchers en haar
familie spreken voorlopig niet met de pers over de ontvoeringszaak."
Voorts is op 25 september 2005 zowel in De Telegraaf als op www.telegraaf.nl een artikel geplaatst met de kop "Doorbraak in Melchers-zaak". In dat artikel is onder meer de volgende passage opgenomen:
"Rechercheurs
hebben afgelopen week de locatie gevonden waar de vrouw is
vastgehouden. (�) Waar ze is vastgehouden, mag in het belang van het
onderzoek nog niet bekend worden. Wel heeft de recherche inmiddels
'zicht op de dadergroep'. Deze is mogelijk afkomstig uit een kleine
kring rond de familie van chemiebaron Hans Melchers, zo blijkt uit
vertrouwelijke politie-informatie."
Het artikel eindigt met de passage:
"Of
er een verband is met het drugsmilieu (�) staat niet vast. De familie
heeft verdenkingen over betrokkenheid in het drugscircuit steeds
weersproken."
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Allereerst betwist klager dat rechercheurs van de (Amsterdamse) politie
zich tegenover verweerder hebben uitgelaten over deze zaak, terwijl zij
met de opsporing in deze zaak geen bemoeienis hebben en dus geen zicht
hebben op alle relevante feiten en omstandigheden. Volgens klager zal
geen weldenkende politieambtenaar zich er aan wagen dergelijke
informatie aan de media te verschaffen. Klager heeft de indruk dat
verweerder, door zich te verschuilen achter anonieme politieambtenaren,
een truc heeft toegepast teneinde een verband te kunnen leggen tussen
de losgeldeis en de beweerde betrokkenheid van klager en/of zijn
familie bij de handel in drugs. Maar zelfs indien verweerder w�l
informatie van rechercheurs zou hebben ontvangen, stond het hem niet
vrij dergelijke beschuldigingen openbaar te maken. Hij had niet zo maar
af mogen gaan op de informatie van deze rechercheurs, die naar eigen
zeggen niet bij het onderzoek waren betrokken. Volgens klager kunnen
deze rechercheurs niet worden beschouwd als (inhoudelijk) betrouwbare
informanten. Bovendien had verweerder moeten begrijpen dat het die
rechercheurs niet vrijstond, mede in verband met hun ambtsinstructie,
mededelingen aan verweerder te doen. Verweerder mocht niet afgaan op
dergelijke beschuldigingen, althans abjecte speculaties, aldus klager.
Hij wijst erop dat verweerder het artikel van 15 september 2005 heeft
gepresenteerd als de vrucht van eigen nieuwsgaring. Verweerder heeft
later gesteld dat dat artikel is gebaseerd op een ANP-bericht van
diezelfde datum. Volgens klager heeft verweerder het risico genomen dat
het ANP-bericht ondeugdelijk was. Verweerder had dat bericht niet
klakkeloos mogen overnemen en kan zich daarachter niet verschuilen,
aldus klager. Bovendien is gebleken dat verweerder bij het overnemen
slordig te werk is gegaan, door na de eerste alinea geen melding te
maken van �bronnen binnen de politie�.
Klager acht het onzorgvuldig dat verweerder zonder nader deugdelijk
onderzoek klager en zijn familie heeft beschuldigd van �betrokkenheid
bij drugshandel�. Bovendien heeft verweerder voorafgaand aan het
publiceren van de beschuldigingen geen wederhoor toegepast, zodat
klager niet in de gelegenheid is gesteld de beschuldiging te
weerspreken en zonodig (rechts)maatregelen te nemen ter voorkoming van
onrechtmatige publicatie. Dat later wel de ontkenning door de familie
van betrokkenheid bij drugshandel is gepubliceerd maakt dat niet
anders. Daarmee is de eerdere beschuldiging niet weggenomen. Die
beschuldiging blijft juist hangen en wordt nog eens versterkt door sec
te vermelden dat de familie ontkent iets met drugshandel te maken te
hebben.
Volgens klager heeft verweerder zich aldus schuldig gemaakt aan
ernstige belediging van klager en zijn familie, en is klager
rechtstreeks in zijn belangen getroffen. Volgens klager heeft
verweerder kennelijk geen enkel oog gehad voor zijn belangen en die van
zijn familie. De familie wordt door de gepubliceerde beschuldigingen
extra hard getroffen. Voor het publiek zal klager nog jarenlang in
verband worden gebracht met handel in drugs, de latere tegenspraak van
de leiding van het opsporingsonderzoek ten spijt.
Zelfs nadat klager en zijn familie de beschuldiging over betrokkenheid
bij handel in drugs nog eens uitdrukkelijk hadden weersproken is
verweerder toch doorgegaan met het uiten van de beschuldigingen in het
artikel van 25 september 2005. Volgens klager heeft verweerder in dat
artikel de term �chemiebaron� bewust gebruikt vanwege de negatieve
connotatie.
De vrijheid van meningsuiting gaat volgens klager niet zover dat
ongefundeerde beschuldigingen als de onderhavige mogen worden geuit.
Ter ondersteuning van zijn standpunten wijst klager nog op eerdere door
verweerder gepubliceerde artikelen, waarin klager ten onrechte in
verband wordt gebracht met de dood van zijn vroegere echtgenote.
Volgens klager bieden deze publicaties een bijkomende omstandigheid die
de klachtwaardige gedraging � klager ten onrechte in verband brengen
met de handel in drugs � negatief inkleurt. Verweerder had zich moeten
realiseren dat hij niet ten tweede male een feitelijk onjuiste en
uiterst suggestieve en beledigende beschuldiging had mogen publiceren
zonder deugdelijk onderzoek, slechts op basis van de losgeldeis en
zonder hoor en wederhoor.
Klager concludeert dat sprake is van onzorgvuldig journalistiek
handelen en dat verweerder de grenzen heeft overschreden van hetgeen,
gelet op de zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk
aanvaardbaar is.
Verweerder stelt voorop dat de gewraakte artikelen van 15 en 16
september 2005 alleen op de website (www.telegraaf.nl) zijn geplaatst
en niet in de papieren versie (De Telegraaf) zijn verschenen. De
Telegraaf en www.telegraaf.nl worden gemaakt door afzonderlijke
redacties en verschillende verslaggevers. Af en toe wordt op
www.telegraaf.nl een publicatie overgenomen uit De Telegraaf, maar in
beginsel gaat het om twee gescheiden en zeer verschillende uitgaven.
De verslaggevers die artikelen schreven voor De Telegraaf hadden, gelet
op de bronnen die zij zowel rondom de familie als de politie spraken,
geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de suggesties over
betrokkenheid van de familie van klager bij drugshandel juist waren. In
De Telegraaf is die betrokkenheid dan ook op geen enkele wijze
gesuggereerd, maar zijn juist verschillende publicaties opgenomen
waarin wordt vermeld dat door de familie de gestelde betrokkenheid bij
drugshandel is weersproken. In het artikel van 25 september 2005 is wel
naar voren gebracht dat de recherche zicht had op de dadergroep en dat
deze mogelijk afkomstig was uit een kleine kring rond de familie. Dit
is uiteindelijk ook het geval gebleken althans lijkt het geval te zijn,
gelet op de gearresteerde hoofdverdachte, aldus verweerder.
Ten aanzien van de gewraakte artikelen die op www.telegraaf.nl zijn
verschenen, stelt verweerder dat de bron van al deze publicaties de
nieuwsdienst van het ANP is. Behoudens de kop van het artikel van 15
september 2005 zijn de publicaties ��n op ��n overgenomen van de
ANP-feed. Vrijwel de gehele vaderlandse pers neemt berichten van het
ANP over en het ANP kan naar de mening van verweerder dan ook worden
gezien als een zeer gezaghebbende bron, waarop hij mocht vertrouwen.
Voorts benadrukt verweerder dat in geen van die publicaties door hem is
beweerd dat er enige betrokkenheid van de familie van klager zou zijn
met de drugswereld. Hij heeft slechts meningen gepubliceerd van
deskundigen en politiebronnen, die op basis van de op dat moment
beschikbare feiten een mening gaven over een mogelijke achtergrond van
de ontvoering. Bovendien zijn de door deskundigen en de politie geuite
speculaties terughoudend geweest. Zo is gesproken van vermoedens en
gesteld dat de eis niet logisch zou zijn als het misdrijf niet met
drugs te maken had. Deze speculaties heeft verweerder niet tot de zijne
gemaakt.
Wat betreft de door het ANP aan het woord gelaten bronnen merkt
verweerder op dat deze deskundig waren op het gebied van ontvoeringen
en drugshandel. Hun speculaties waren wellicht onjuist, maar gelet op
de toen beschikbare feiten verre van ondenkbaar. Bij ontvoeringen die
de gemoederen in de samenleving bezighouden is het niet ongebruikelijk
dat deskundigen op deze wijze hun theorie�n naar voren brengen, aldus
verweerder. ANP had dan ook het volste recht om het bericht te
publiceren en verweerder had het volste recht dit over te nemen.
Verweerder benadrukt voorts dat niet hij maar het ANP de bron is
geweest voor verspreiding van de speculaties in andere media. Bovendien
is verweerder in zijn berichtgeving terughoudender geweest dan andere
media.
Wat betreft de door klager overgelegde versie van het artikel van 15
september 2005, waarin twee zinnen ontbreken, is namens verweerder ter
zitting aangevoerd dat bij de archivering van het artikel wellicht iets
is misgegaan. De door verweerder overgelegde versie is in eerste
instantie op de homepage van www.telegraaf.nl verschenen.
Verweerder meent dat alle publicaties waarover klager heeft geklaagd in
samenhang moeten worden bezien met de publicaties over de
ontvoeringskwestie die ook daarna zijn verschenen. In dat verband wijst
verweerder op een artikel dat op 15 oktober 2005 zowel in De Telegraaf
als op www.telegraaf.nl is gepubliceerd. Daarin is een uitgebreide
reconstructie van de ontvoering opgenomen en een analyse gemaakt van de
motieven van de verdachten. In dat artikel wordt onder meer vermeld dat
de ontvoering juist n�et ging om coca�ne. Volgens verweerder is in deze
publicatie de suggestie weggenomen � voor zover deze al bij de lezer
was ontstaan � dat er een link zou bestaan tussen de familie en de
drugshandel. Overigens is ook in de publicatie van 16 september 2005
duidelijk weergegeven dat die suggestie door de familie van klager van
de hand is gewezen.
Verweerder wenst verder naar voren te brengen dat bij de beoordeling
van elk geschil over een al dan niet onrechtmatige publicatie artikel
10 van het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens
en de fundamentele vrijheden (EVRM) het uitgangspunt is. Volgens
verweerder staat het een persmedium vrij om zowel meningen als feiten
te publiceren in elke denkbare vorm, zelfs indien de inhoud schokkend
of beledigend is. Bij de vraag of de vrijheid van meningsuiting in dit
geval mag worden beperkt, moet een afweging plaatsvinden tussen het
belang van verweerder om te publiceren over een bekende Nederlander die
in het brandpunt van de belangstelling staat vanwege een zeer
ongebruikelijke en speculaties oproepende ontvoering van zijn dochter
enerzijds en het belang van klager om zijn persoonlijke levenssfeer te
beschermen anderzijds. Volgens verweerder dient in dit geval die
belangenafweging in zijn voordeel uit te vallen.
Verweerder concludeert dat hij zowel in De Telegraaf als op www.telegraaf.nl journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De klacht is gericht tegen de volgende vier artikelen
a. "�Drugshandel mogelijk achtergrond ontvoering�", gepubliceerd op 15 september 2005 op www.telegraaf.nl;
b. "Ruim 70 tips over ontvoeringszaak Melchers", gepubliceerd op 16 september 2005 op www.telegraaf.nl;
c. "Familie Melchers geschokt door berichten", gepubliceerd op 16 september 2005 op www.telegraaf.nl;
d. "Doorbraak in Melchers-zaak", gepubliceerd op 25 september 2005 in De Telegraaf en op www.telegraaf.nl.
De klacht komt erop neer dat in de publicaties ten onrechte is
gesuggereerd dat klager en/of zijn familie betrokken zouden zijn bij
drugshandel en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met
de belangen van klager en zijn familie.
Ad a.
Klager en verweerder hebben beiden een versie van het gewraakte artikel
overgelegd. Deze versies verschillen in die zin van elkaar, dat in de
door klager overgelegde versie de volgende passage ontbreekt: "Dat
stellen bronnen binnen de politie die zich met de bestrijding van
grootschalige drugshandel bezighouden. Ze zijn overigens niet direct
betrokken bij het onderzoek naar de ontvoering van Melchers".
Deze passage behoorde te zijn opgenomen aansluitend aan de zin "De
ontvoering van Claudia Melchers moet gezien de eis van 300 kilo coca�ne
voor haar vrijlating bijna wel zeker te maken hebben met enige
betrokkenheid van de familie bij drugshandel".
De door klager overgelegde versie is in ieder geval op enig moment op
www.telegraaf.nl gepubliceerd (geweest). Derhalve hebben ook anderen
dan klager kennis kunnen nemen van deze onvolledige versie van het
artikel. Zonder de in deze versie ontbrekende zinnen kan niet worden
opgemaakt waar verweerder de in het artikel gesuggereerde betrokkenheid
van klager en zijn familie bij drugshandel op heeft gebaseerd. Gelet op
de ernst van deze suggestie acht de Raad het ontbreken van deze
bronvermelding onzorgvuldig. Op dit punt is de klacht gegrond.
Ad b.
Het artikel "Ruim 70 tips over ontvoeringszaak Melchers" bevat de passage "Bronnen
binnen de politie, die niet met dit onderzoek zijn belast, vermoeden
dat de omgeving of de familie van Claudia Melchers betrokken is bij
drugshandel.� Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder met
deze wijze van bronvermelding zijn anonieme bronnen voldoende specifiek
gemaakt. Gelet op de aard van de kwestie acht de Raad het begrijpelijk
dat verweerder bepaalde informatie in deze zaak alleen onder plicht van
geheimhouding kon verkrijgen.
Verder overweegt de Raad dat bij publicaties van ernstige
beschuldigingen hoge eisen gesteld moeten worden aan de controle van de
juistheid van de feitelijke c.q. als feitelijk gepresenteerde elementen
daarin. Een journalist die zich in zo een geval beroept op een
geheimhoudingsplicht tegenover bronnen die anoniem wensen te blijven,
behoeft die bronnen weliswaar niet te noemen, maar dient wel
aannemelijk te kunnen maken dat hij de van die bronnen verkregen
informatie elders geverifieerd heeft.
Echter, in dit geval heeft verweerder de vermeende betrokkenheid van
klager en/of zijn familie niet als feit gepresenteerd. In het artikel
is duidelijk weergegeven dat sprake is van een vermoeden,
waarbij verweerder dat vermoeden uitdrukkelijk voor rekening van zijn
bronnen heeft gelaten en niet tot de zijne heeft gemaakt. De grenzen
van zorgvuldige journalistiek zijn daarmee niet overschreden. In
zoverre is de klacht ongegrond.
Ad c.
In het artikel "Familie Melchers geschokt door berichten" is de volgende passage opgenomen: �Diverse
deskundigen binnen de politie stelden donderdag dat de ontvoering van
Claudia Melchers gezien de eis van 300 kilo coca�ne voor haar
vrijlating bijna zeker te maken moet hebben met enige betrokkenheid van
de familie bij drugshandel.�
Naar het oordeel van de Raad is door het gebruik van de zinsnede �bijna zeker te maken moet hebben�
de mogelijke betrokkenheid van klager en/of zijn familie bij
drugshandel zodanig geformuleerd, dat die betrokkenheid nauwelijks meer
als een vermoeden of een theorie kan worden opgevat, maar eerder moet
worden beschouwd als een (zo goed als) vaststaand feit. De vermelding
dat de suggestie afkomstig is van anoniem gelaten �deskundigen� geeft
daaraan een zodanig extra gewicht, dat verweerder in dit geval zijn
bronnen nader had dienen te specificeren, teneinde de lezer in staat te
stellen zich een oordeel te kunnen vormen over de betrouwbaarheid van
die bronnen. De omstandigheid dat de passage volgt op de reactie van
klager en zijn familie op de speculaties over hun betrokkenheid bij
drugshandel, maakt dat niet anders. Integendeel, door de positie van de
passage alsmede de vrij stellige inhoud daarvan wordt de reactie van
klager en zijn familie juist afgezwakt. Door op deze wijze te berichten
heeft verweerder dan ook journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit
onderdeel van de klacht is gegrond.
Ad d.
Het artikel "Doorbraak in Melchers-zaak" biedt
naar het oordeel van de Raad slechts een weergave van de voortgang van
het onderzoek. De daarin opgenomen feiten � onder meer dat uit
vertrouwelijke politie-informatie zou blijken dat de dadergroep
mogelijk afkomstig is uit een kleine kring rond de familie van klager �
zijn door klager niet betwist.
De Raad acht ten slotte de aanduiding �chemiebaron� niet zodanig
grievend dat deze term niet door verweerder gehanteerd had mogen
worden.
BESLISSING
De klacht is gegrond voor zover deze is gericht tegen de door klager
overgelegde versie van de publicatie van 15 september 2005 en tegen het
op 16 september 2005 onder de kop �Familie Melchers geschokt door berichten� verschenen artikel. Voor het overige is de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf en op www.telegraaf.nl te publiceren.
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 december 2005 door mr. A. Herstel,
voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. A.C. Diamand, drs. G.T.M.
Driehuis, en mw. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr.
D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris. |
|